Dit is een fan page gewijd aan Theo Vankan.
Ik kwam hem in 1968 tegen in de Haagsche Courant
waarin een tentoonstelling van hem werd aangekondigd in Panorama Mesdag:
![]()
Cube art
Vankan, Panorama Mesdag, Zeestraat 56b, Scheveningen. Tot 10 november.Een verrassend debuut maakt in het Panorama Mesdag de jonge Haagse schilder Vankan met schilderijen en tekeningen, die hij 'cube art' noemt, aan welke titel hij op de uitnodigingskaart toevoegt: "it's cool, it's clean, it is as cool as clean as cucumber. . ." Deze tekst wekte bij mij wantrouwige verwachtingen van de een of andere modieuze gril, zodat de verrassing des te groter was toen bleek dat deze "kubus kunst" een heel ernstig, eerder ingetogen dan provocerend karakter heeft, waaruit een merkwaardige en aparte persoonlijkheid spreekt.
De schilderijen zijn inderdaad opgebouwd uit blokken, kubussen, die echter bewerkt lijken door een schrijnwerker. De elementen zijn uitgehold, gegroefd, gedraaid tot spiralende, schroevende, wentelende vormen. Er is een duidelijke ontwikkeling op de tentoonstelling te volgen, een ontwikkeling die ettelijke jaren in beslag heeft genomen en die Vankan nu voor 't eerst in zijn geheel laat zien.
De oudste werken zijn vrijwel geheel in grijzige tinten geschilderd, de blokvormige elementen zijn op elkaar gestapeld zodat men een indruk krijgt van een soort stad, die door een aardbeving ontwricht lijkt, maar niet tot een chaotische ruïne ingestort.
Oorspronkelijk was in de verf de streek van de kwast nog duidelijk te zien, hetgeen aan de vormen nog iets wolligs gaf. Maar al spoedig werden de vormen gladder en harder. Dit proces gaat steeds verder, de grijzen worden op een gegeven moment vervangen door heldere, "cleane" kleuren, terwijl de elementen nu niet meer op elkaar gestapeld worden, maar van de bovenrand naar beneden hangen of zelfs in de ruimte zweven.
Maar in al het werk treft een streng constructieve geest, een sterke nadruk op evenwijdige, verticale, stijgende of dalende bewegingen. In dit klimmen en dalen en ook in de kleurverhoudingen voel ik, misschien ten onrechte, een muzikaal element. Maar in ieder geval is er in deze kunst een harmonische ordening, een weloverwogen wisselwerking tussen de concrete vormen en de omringende lege ruimte, tussen de kleuren, die van licht naar donker verlopen en van teer naar fel.
Deze ordening gebeurt steeds vaster, doelbewuster, zodat het meest recente, grote schilderij, ook inderdaad de meest heldere compositie vertoont. Wat dit betreft, lijkt een eindpunt bereikt en het zal misschien moeilijk zijn voor Vankan om met dezelfde gegevens, die hij tot nu toe gebruikt heeft, nog verder te gaan. Maar dat is natuurlijk zijn zorg en zal wel bij een volgende expositie aan de orde komen.
Het bijgedrukte plaatje prikkelde mijn nieuwsgierigheid en ik ging er heen.
Ik was helemaal weg van zijn werk. Er ging een enorme kracht en spanning uit
van de schilderijen.
In de jaren erna heb ik diverse malen geprobeerd om plaatjes van zijn werk te krijgen, maar Theo leek van de aardbodem te zijn weggevaagd. Met de komst van het Internet deed ik nieuwe pogingen, maar tevergeefs. Geen Vankan.
![]() |
Tot een e-mailtje naar Panorama Mesdag mij op het spoor bracht van het
RKD, het Rijks Kunsthistorisch Documentatiecentrum.
Ik hoop nog eens in staat te zijn zijn verzamelde werk uit de jaren '60
en '70 te bekijken en er misschien zelfs een grotere
site van te maken.
Om deze poging te vervolmaken, zet ik ook de gevonden schriftelijke informatie
over hem op deze pagina. |
![]() |
Vankan is één van de ongeveer 33 constructivistisch werkende beeldend kunstenaars
in Den Haag. Zij ontwikkelen de lijn die rond 1915 begonnen werd door zowel
De Stijl-groep als door het Russische constructivisme.
Omstreeks 1967 evolueerde Vankan's werk naar een ruimtelijke vormgeving. Hij
vervaardigde wandreliëfs in een techniek
die door hem daartoe nog steeds wordt gebezigd. Nadien deden zich aanpassingen
voor, maar altijd ten behoeve van inhoudelijke ontwikkelingen.
Naast de ideeën voor deze reliëfs, ontstonden gedurende de afgelopen 25 jaar
ook wel ontwerpen voor werk met een meer
tweedimensionaal karakter. Aanvankelijk besteedde Vankan hieraan weinig aandacht.
Vooral omdat hij ze minder geschikt achtte uit te voeren binnen het door hem
gehanteerde ruimtelijke concept.
De inhoudelijke veranderingen in zijn werk van na '84 echter - waarvoor hij
bewegend neonlicht ging toepassen - boden mogelijkheden tot het uitvoeren van
wandreliëfs waar ideeën aan ten grondslag lagen van minder uitgesproken driedimensionale
aard.
Tijdens solo-tentoonstellingen hing vaak een dergelijk werk tussen de andere.
Soms exposeerde hij een enkel stuk in kombinatie met zijn recente tweedimensionale
werk. Het is interessant nu een aantal ervan door hem bij elkaar gebracht te
kunnen zien.
Mieke Willemsen, Den Haag
december '91
Gelders Dagblad. Ed. Liemers. 04-10-2001
door Jan van Krieken
De drie exposanten die hun werk in galerie De Stijl tonen, maken deel uit van de groep Haagse Constructivisten. Sinds het prille begin van het constructivisme rond 1913 met de werken van de Russische schilder Tatlin en de bloei van deze kunstrichting vlak na de Russische revolutie, behoren zij nu tot de derde generatie van kunstenaars die vanuit dit gedachtengoed werken.
Het gaat het in deze beeldende kunstrichting om formele vormproblemen. Het kunstwerk moet objectief, meetbaar en praktisch zijn. Er wordt analytisch gewerkt met mathematische vormen, herhalingen, tegengestelde vormen, balans en dergelijke. De constructivisten van nu zijn duidelijk minder gericht op praktische maatschappelijke doelstellingen dan destijds de eerste generatie. Om niet in voorspelbare herhalingen te vervallen zoeken zij naar nieuwe, grammaticale constructies en processen in die vormentaal.
Mabel Bouscholte doet dat door te beginnen met wat knip- en plakwerk. Vanuit een schuiven met wiskundige basisvormen zoekt zij naar een plaats op het vlak die goed voelt. Van daaruit wordt met één andere of meerdere vormen naar een evenwicht gezocht. De Alkyd-schilderijen ogen sober, wetmatig, streng en donker. Een minimalistisch aftasten van materiaal, vlak en lijn. Soms in tweeluiken met letterlijke en figuurlijke omdraaingen van een gegeven. De criteria die Mabel Bouscholte hanteert - zoals 'gewenste grootte' en 'zodra ik denk dat wordt wat, plak ik het vast'- maar ook de kleurkeuzes geven aan hoe onbereikbaar objectiviteit blijkt.
Van mede-exposant VanKan zijn er twee werken.
Een helder geel wandreliëf van kunststof
en neonlicht en een tweeluik met een glanzend
over de twee afzonderlijke witte vlakken gedrukte gele mathematische vorm.
Het subtiele accent van indirect geel neonlicht in het monumentale geelkleurige
reliëf en de ongemakkelijke afsnijdingen van de brutale vlakke gele vorm aan
de randen van het tweeluik dagen uit en zetten de beschouwer op een verkeerd
been. Het zijn persoonlijke esthetische plaagstootjes waarmee Vankan de wetmatigheid
versierd.
Het werk van Dick van der Kooy is zo vers dat hij er zelf nog over moet nadenken. Op karton geschilderde cirkels en ovalen, heel of gedeeltelijk afgesneden, klonteren als cellen tot een vorm aan elkaar. Kleurige texturen vullen zo'n vorm of contrasteren met een vlak ingekleurde vorm. Rondom deze centraal op het vlak geplaatste vormen danst een met houtskool getekende gevoelige seismografische lijn. Krullend, meanderend, golvend, dik en dun en in de beste tradities van de Bauhaus-oefeningen van Wassily Kandinsky. Niets nieuws onder de zon.
Schilderijen en objecten van Mabel Bouscholte, Dick van der
Kooy en Vankan.
Galerie De Stijl, Parkstraat 22, Arnhem.
januari 1995
Mabel Bouscholte en Vankan vervaardigen constructivistische beeldende kunst. Beiden behoren tot de, voor deze vorm van kunst, zeer omvangrijke groep van 34 Haagse constructivisten. Onder hen bevinden zich internationaal actieve kunstenaars zoals: Bonies, Willem Kloppers, Andre van Lier, Marus van der Made en Vankan. Werk van een groot gedeelte van de groep werd recentelijk getoond door Pulchri Studio te Den Haag, dat in 1994 twee breed opgezette tentoonstellingen aan hen wijdde en waarbij zowel Mabel Bouscholte als Vankan waren vertegenwoordigd.
Dit 2-tal Haagse constructivisten koos in het Mondriaanjaar als expositieplek Bodega De Posthoorn om, naar overgeleverde denkwijze van het constructivisme, hun kunst zo dicht als mogelijk bij mensen te brengen.
De geometrische vormen -waarvan het constructivisme zich per definitie bedient- worden door Mabel Bouscholte op haar doeken aangebracht in meestal donker geschakeerde naar bijna-zwart verlopende gekleurde grijzen. Het komt voor dat partijen onbeschilderd blijven en het lege linnen als expressiemateriaal wordt toegepast. Haar thematiek betreft ondermeer het samenbrengen van twee congruente driehoeken, die dikwijls afwisselend lineair dan wel als een gesloten vlak zijn weergegeven. Hun ordening op het doek vindt vaak op zodanige wijze plaats dat een derde geometrische vorm ontstaat.
Naast constructivistisch ruimtelijk werk vervaardigt Vankan sinds een aantal jaren bovendien grafiek in eenzelfde geometrisch-abstracte beeldtaal. De momenteel daartoe door hem gehanteerde basisvorm is het parallellogram, dat hij in elk van zijn recente werken laat voorkomen als enig aanwezig beeldelement. Deze, hier altijd in een primaire kleur uitgevoerde meetkundige vorm, strekt zich uit over het gehele vlak van het kunstwerk, maar is er daarentegen niet in de volledigheid van zijn vorm op uitgebeeld. Derhalve lijkt het parallellogram telkens buiten de omlijsting te treden van het vlak van het kunstwerk. Zo blijkt Vankan's grafiek tevens een onderzoek naar het functioneren van de fysieke begrenzing van dat vlak met betrekking tot hetgeen hij er op afbeeldt.
Het constructivisme begon zich omstreeks 1915 gelijktijdig in Nederland te
manifesteren bij sommige kunstenaars van De Stijl-groep, alsook -maar meer veelvuldig-
in Rusland.
Voor Nederland bestaat in Den Haag vanaf de jaren '20 een lange traditie zich
uit te drukken in een geometrisch-abstracte vormentaal; met aanvankelijk kunstenaars
zoalsVilmos Huszár (1884-1960) en Willem Schrofer (1898-1968). De rijkdom van
die traditie wordt mede aangetoont door kunsthistorisch onderzoek, waaruit blijkt
dat in die stad tussen 1930 en 1960 bijna 40% woonde van alle Nederlandse kunstenaars
die zo werkten en/of daar betrokken was bij het kunstonderwijs.
De Haagse kunstacademie integreerde vanaf 1930 in haar lesprogramma's niet alleen
inhouden van De Stijl en het Bauhaus, maar bezigde ook het Russische constructivisime
als een nieuw voorbeeld (Dick Maan 'De Maniakken', Lecturis Eindhoven 1982,
p. 24).
Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog verscheen in Den Haag een tweede generatie
geometrisch-abstracten met bijvoorbeeld Paul Kromjong (1903-1979), Wim Sinemus
(1903-1987) en Harry Verburg (1914-1986). Anderen gingen hun werkwijze in deze
richting ontwikkelen, zoals Toon Kelder (1894-1973) en de late Willem Hussem
(1900-1974).Tot zij tenslotte besloten zich er volledig aan te wijden op respectievelijk
negenvijftig- en zevenenzestigjarige leeftijd.
De meesten behoorden tot de zogeheten Posthoorngroep. Een aantal kunstenaars
dat elkaar gedurende de jaren '50en '60 dagelijks in de Bodega trof rond het
borreluur.
De huidige, derde generatie Haagse beeldend kunstenaars die zich uitdrukken
in een geometrisch-abstracte vormentaal, bestaat grotendeels uit die groep van
34 constructivisten waartoe Mabel Bouscholte en Vankan behoren.
Inmiddels decennia geleden verwerkten de Haagse constructivisten de destijds
nieuwe inzichten en resultaten van de twee hun voorafgaande en nauw aan hen
verwante generaties kunstenaars. Die verworvenheden werden door hen begrepen
als een artistiek erfdeel, dat zij inhoudelijk vermeerderen middels het creëren
en ontvouwen van nieuwe grammaticale constructies en processen voor die vormentaal.
door Willemijn Kreeftenberg
Als de nacht je dag is; koffie en sigaretten bovendien een aanzienlijk hoofdbestanddeel
vormen van je rantsoen, dan onderscheid je je al van de massa, zij het door
een zelfgekozen ritme en dieet. Je stelt je door het losmaken van het conventionele,
buiten de als normaal aangeduide gang van zaken. Je grenst een wereld af, waarbinnen
geluiden vervagen, onderbrekingen van buiten af vrijwel nihil zijn en daglicht,
kunstlicht is geworden. In die cirkel blijf je over als een solitair die ononderbroken
door kan gaan. Theo Vankan, een hardwerkende kunstenaar, bepaalt zijn eigen
dag en nacht en heeft ruimte geschapen om zo zijn hand- en geesteswerk doorgang
te doen vinden.
Een prachtig gegeven voor een geromantiseerde versie van het kunstenaarschap.
De nuchtere realiteit voor deze beeldend kunstenaar.
Ordening
Vankan gaat op in zijn kunst. Door intensief en diepgravend denken en doen en
door het noteren van zijn bevindingen. Hoe ongebreideld hij kan doorborduren
en door kan gaan, toch zit er een strakke ordening in zijn leven, dat voor een
groot deel door werken wordt bepaald. Een stringente regelmaat van creatieve
arbeid tot een uur of vijf 's ochtends naar huis om te slapen - om twee uur
beginnen tot 6 uur 's avonds en om acht uur terug in zijn atelier om weer de
cirkel rond te maken en zijn nachtelijke ronde te starten. Werken doet hij uitsluitend
in zijn atelier dat geheel apart van zijn woonhuis in een ander deel van Den
Haag ligt. Systematisch legt hij ook zijn gedachten - denk - oefeningen vast
op papier. Zijn denkwijzen zijn onlosmakelijk verbonden en beïnvloeden sterk
zijn kunstenaarschap.
Panta Rhei
Zoals velen voor hem en velen met hem, in de traditie van met name oosterse
filosofieën, tracht hij de werkelijkheid die door iedereen anders wordt ervaren
anders is - en door constante veranderingen er steeds anders uit ziet, te benaderen.
Die altijd doorgaande, veranderingen - het alles stroomt principe - die aan
de basis liggen van het Zijn, vormen mede een uitgangspunt van zijn kunst en
gedachtencultuur. In zijn beeldend werk manifesteerde zich dat aanvankelijk
in in elkaar overvloeiende, vastgrijpende geometrische figuren, later door het
grotendeels terugdringen van de kleur ('waarin ik het uiterlijke zie') en het
benadrukken van de vorm (de innerlijke structuur).
Nu is die neiging nog sterker.
De vorm van zijn recente werken zijn aan blijvende verandering onderhevig door
het gebruik van lichteffecten. Hij plaatst aan- en uitknipperende lichten achter
zijn objecten en wandreliëfs, waardoor deze er steeds weer anders uitzien en
niet een uiteindelijke vorm hebben.
Omgekeerd talent
Zijn gedachten bijgehouden in een dagboek, zijn de resultaten van menig nachtelijk
uur. Hij wil ze vasthouden. Werkt ze ook heel exact en gedetailleerd uit.
Het zijn niet gemakkelijke ideeën die hij over het Zijn, doen en laten ontwikkelt.
Ze gaan over macht en onmacht, over vermogen en onvermogen, wil, zienswijzen.
En daar tussen als 'madeliefjes in een weide', de vonk die bij een mens aanwezig
kan zijn. Hij vindt zich terug in Proust's uitdrukking, 'de geur van de Madeleine'.
De vonk die opgloeit in het duister. Hij ontwikkelde de stelling, die bestaande
opvattingen over talent en kunst omdraait.
'Het vermogen van de aanschouwer maakt (mijn) kunst tot kunstwerk'. Met andere
woorden, het talent van het publiek máákt er kunst van. Dat ligt aan het vermogen
van de kijker om zich zo te verplaatsen in een werk zodat dit eigen wordt, bijna
bezit.
Niet de kunst ráákt, maar de toeschouwer maakt. Dus blijft hij zoeken en experimenteren.
Zoeken naar mechanismen die veranderingen op gang brengen. De ontroering, schoonheid
is van ondergeschikt belang: 'ik vind het belangrijker wat een object bij mensen
teweeg brengt, niet dat het esthetisch is' en (terug naar 'talent') -'een kunstwerk
is de realiteit van de maker. Het publiek dat er mee wordt geconfronteerd moet
zich aanpassen'.
Atelier
Zware kost op een hele warme middag, als ik hem opzoek in zijn atelier. Het
oorspronkelijke doel van mijn komst, om een uitgebreid portret van hem en zijn
atelier te schilderen, loopt niet helemaal zoals ik het had gedacht. In het
gesprek blijft hij terugkomen op zijn zienswijzen en laat hij weinig zien van
de mens en kunstenaar achter deze beschouwingen. Aan mij om uit de stroom van
gespreksflarden en beschouwingen een 'vertaling' van zijn werken en doen te
geven.
Zijn atelier bevindt zich in - wat zich laat aanzien - een voormalige school.
Een verdwaald attribuut uit een andere tijd, dat plompverloren in een nieuwe
kasbah-wijk, lijkt teruggezet. Een oude brug, enkele knusse huisjes herinneren
nog aan de sfeer van toen in deze buurt, tussen Centraal Station en Spui gelegen.
Na een desoriënterende wandeling, met onderweg een bliksembezoek aan een vroeg
werk dat in een nieuw kantoorpand hangt, arriveren we tenslotte, van uit het
trefpunt 'Plein' na 20 minuten bij dit wonderlijke gebouw.
Aan het eind van een stoffig ruikende gang lopen we een hoge, vrij grote ruimte
binnen. Een werkplaats zou als benaming beter passen dan een atelier. Het is
een plek waar alleen gewerkt wordt en alle overbodige franje afwezig is. Geen
afleidende zaken als boeken, werk van anderen of een makkelijke stoel. Niet
een hoek om je in terug te trekken. Aan alle kanten ligt er van alles waar mee
of aan gewerkt wordt.
Aan een zijde waar ramen licht, dus de buitenwereld naar binnen brengen, zijn
de glazen dichtgeplakt. Het licht is mooi maar het geeft een afgesloten, benauwd
gevoel. Daardoor en door de hoogte lijkt het er naargeestig, zelfs op een dag
vol zon.
Planken vol materialen, gereedschap, potjes rommeltjes, hout aan één kant bij
liet binnenkomen. Een wand met objecten: Witte kolossale vormen. Twee stoelen,
oploskoffie, velletjes papier. 'Ik vind het er snel te vol', zegt Theo over
zijn werkplek. 'Het is er te klein als ik bezig ben met groot werk'. Verder
is hij niet ontevreden. Ruimte (zij het betrekkelijk), stilte en licht zijn
hier de goede elementen. Theo: 'De lichtval is prachtig, mooi gezeefd licht.
Dat dichtplakken is een hele oude truc'. Stil is het er ook, vrijwel geen geluid
dringt door en ik stel me voor dat liet er 's nachts als hij aan het werk is
doodstil zal zijn. Hoewel hij het een prima atelier vindt, is hij er beslist
niet verankerd. 'Ik ben zesenveertig jaar en ik heb gedurende die tijd al heel
wat ateliers versleten'.
Constructivist
Theo, hij noemt zichzelf een constructivist, drukt zich uit in wiskundige beeldtaal.
Momenteel bedient hij zich van non-abstracte, non-figuratieve vormgeving. Die
richting heeft er altijd al in gezeten, ook al zocht en bleef hij zoeken naar
alternatieve uitdrukkingswijzen. Het wiskundige element komt in vrijwel al zijn
werk naar voren. Daarvan zegt hij dat hij 'alles wat hij vroeger al tekende,
hoekig neerzette'.
Hij kende perioden met kleur; een witte
en nu een zwarte fase. Zijn vroegere schilderijen
zijn een explosie van kleur en vorm met een enorm dynamische uitstraling. Hij
schilderde in een ritme, met vormen die aan het notenschrift doen denken en
natuurlijk waren er zijn kubussen...
'Ik begon met kubusjes, half figuratief. Daar was ik dagen mee bezig. Vooral
op het platte vlak. Wel had ik beeldhouwwerkjes tussen de bedrijven door. Maar
dat begon ik allemaal steeds zinlozer te vinden.'
Een duidelijke kentering kwam er in 1968. 'In dat jaar liep ik voor de tweede keer op een van mijn tentoonstellingen rond. Toen wist ik het. Dat ik er toch eigenlijk niet aan moest denken om mijn hele verdere leven met blokjes te werken. 28 was ik toen. Opeens kregen hele andere ideeën de overhand'.
Cube art
1968 was dus het geboortejaar van zijn, nu ook over de grenzen bekende, cube
art! 'Ik heb het altijd zo genoemd', zegt hij, 'het doet heel bewust wiskundig
aan'. Zo kwam de overgang van uitbundigheid, kleur en beweging naar strakke
soberheid. De schilderkunst raakte op de achtergrond en maakte plaats voor kunststofobjecten
van gigantisch formaat -veelal wandreliëfs, met verborgen lichtpunten. Kegel,
kubus en cilinder: opengewerkt, doorgesneden of gehalveerd. Nu achttien jaar
later, heeft hij zijn werk nog meer van bijkomende versierselen ontdaan. Hij
werkt graag met polyester en glasvezel. Het is sober werk dat uitnodigt tot
stil kijken. Vertaald in het beschouwelijke is het Zen. Het trainen van de geest
in de contemplatie en in het loslaten. Zoals hij stelt: 'wegdromen bij een kunstwerk'.
Een eigenaardig kind
Al jong kwam Hagenaar Theo Vankan op de Kunstacademie terecht. Volgens zijn
zeggen 'altijd al een eigenaardig kind. Ik zat altijd maar te werken en te doen,
tekenen, schrijven...' Na de Academie voltooid te hebben zette hij zijn leven
op dezelfde wijze voort.
Zijn werkzaamheden werden opdrachten en hij volgde geen lessen, maar gaf ze
aan een volgende lichting. Tussen de bedrijven door was er ook een Amsterdams
intermezzo, toen hij zich een tijd verdiepte in de pedagogiek. Hij wilde het
denken in zijn leven integreren. Dat dit denken er bij hem al vroeg heeft ingezeten,
verklaart ook zijn schrijfmanie, een voorloper van het aantekenen wat hij thans
doet. 'Ik schreef als klein kind alles op in een klein zwart boekje. In die
tijd waren dat vaak religieuze gedachten en gevoelens'.
Van 'chaos' naar 'Zen'
Theo Vankan is een eenzame wolf, die niet weet wat men, bijvoorbeeld 'men' van
Pulchri, over hem denkt. Hij vindt het wel belangrijk hoe collega's zijn werk
ervaren. Andersom heeft hij veel vrienden/collega's van wie hij het werk bewondert.
'Er zijn verschrikkelijk veel goeden'. De gang en ontwikkeling van Picasso heeft
hij altijd fantastisch gevonden, 'een reus van een man... Dali ook, om zijn
ontwikkelingsgang, niet om wat hij doet'.
Theo is in zijn ontwikkeling van dynamiek en overdaad naar stille soberheid
gegaan. Ruim dertig jaar als beeldend kunstenaar, werkend met uiteenlopend materiaal,
zichzelf toetsend in een doorlopend proces.
De ene verandering, die een ander in werking stelt. Zijn werk mag in vele gevallen
'onvoltooid' worden genoemd, 'wisselend', 'van alle kanten anders'. Het blijft
spannend!
Weinig is zeker, toch beseft hij een ding 'vrijwel' zeker: Als hij weer moest kiezen dan koos hij voor dat wat hij nu doet. 'De beeldende kunst is mijn leven, mijn bestaan. Ik zou niets anders kunnen en willen.'
Na dus 35 jaar is Theo Vankan boven water!!!!
Na vorig jaar alles wat ik had gevonden op het internet gezet te hebben, hoopte
ik min of meer dat ik via die actie wel gevonden zou worden. Dat was niet zo
en eind augustus 2003 moest ik voor een paar dagen in Den Haag zijn. Na afloop
van mijn verplichtingen, besloot ik nog wat te blijven hangen en nog eens rond
te speuren. Via het telefoonboek vond ik zowaar een Theo Vankan, maar een paar
keer bellen leverde niets op. Geen gehoor, geen antwoordapparaat. In het artikel
van Willemijn hierboven staat echter vermeld dat hij geassocieerd was met Pulchri
Studio.in Den Haag. Dat is nog steeds een openbaar instituut, dus ik besloot
er heen te gaan. Een vriendelijke meneer achter een tafeltje in de galerie wilde
me wel verder helpen. Hij had vaag wel eens van Theo gehoord, maar had hem al
in geen jaren meer gezien. Hij kon dus wel dood zijn of zo! Hij begon in de
archieven te spitten en kon me zowaar een telefoonnummer geven. Dat bleek het
nummer uit het telefoonboek te zijn. Ik had dus inderdaad Theo opgespoord, kompleet
met adres.
Toen ik vertelde dat daar niet werd opgenomen, belde hij iemand anders van Pulchri
op. Die wist wat meer. Ze kwam erbij en zei dat Theo in Frankrijk woonde en
hem ook al weer een paar jaar niet gezien had. De moed zakte in de schoenen.
Frankrijk... Niet echt naast de deur.
Maar ze wist ook te melden dat Theo's vrouw, Mabel (zie ook de artikelen hierboven!),
in Den Haag woonde en een baan had. Weer een vers spoor!
Opgewekt ging ik in de Pulchrituin wat nuttigen. Een telefoonboek werd aangerukt
en even later zat ik onder het genot van een cappuccino en vers appelgebak te
bladeren in het Haags telefoongebeuren. En jawel hoor, binnen vijf minuten had
ik haar gevonden.
Lichtelijk opgewonden belde ik het nummer... Misschien kon ik wel met haar een
afspraak maken en over Theo en zijn werk babbelen en misschien wist zij ook
meer of er een boek of zo was verschenen met zijn verzameld werk. De telefoon
ging over en er werd opgenomen. Een mannenstem nam op en zei, niet goed verstaanbaar,
zijn naam. "Met Theo Vankan?" vroeg ik dus helemaal beduusd. "Jawel!"
was het antwoord en nu helemaal in de wolken legde ik uit dat ik een bewonderaar
was en hem graag eens wilde ontmoeten. Dat kon en wel diezelfde middag. Hij
was zijn huis aan het verbouwen en we spraken daar af om 17:30.
Hij
deed open en bleek er inmiddels anders uit te zien dan de foto hierboven...
Niet onlogisch, hij is inmiddels 63. Gastvrij liet hij mij binnen en verontschuldigde
zich voor de verbouwingspuinhopen. Er is een muur verwijderd. Hij wilde er eerst
een atelier van maken maar, in zijn woorden, "mijn portemonnaie zegt me
dat ik het beter kan verhuren!" Nadat ik enthousiast mijn verhaal had gedaan,
liet hij mij het bovenstaande kleurenplaatje in het echt zien. Jeetje, wat groot
en wat mooi! Ook was er een werk te zien wat de overgang markeerd tussen dit
cube-art werk en zijn later, meer abstracte plastiekwerk. Na een minuut of 20
voegde Mabel zich toe aan de bijeenkomst. Ook al zo'n prettig mens. Gedurende
ongeveer een uur wisselden we informatie uit. Theo ging op zoek naar dia's van
zijn werk en vond twee dozen. Zonder een probleem kreeg ik ze mee om er iets
nuttigs mee te doen! Later dit jaar hebben we weer afgesproken om wat langer
te praten. Theo gaat eerst nog een paar weken naar Frankrijk waar hij inderdaad
deels van de tijd woont. De afspraak is dat ik een fatsoenlijke presentatie
site ga maken van zijn werk. Dat komt dus zo snel mogelijk. Kom dus nog
eens terug!!!
Tot besluit maakte ik een paar foto's, van "de schilder en zijn vrouw" en het hierboven vermeldde overgangswerk. Tot gauw voor de rest!
De presentatiesite is klaar!
Tevens een presentatiesite van zijn vrouw, Mabel Bouscholte.